ECLI:NL:RBDHA:2022:7525
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting in vreemdelingenrecht
Verzoeker heeft een aanvraag tot uitstel van vertrek ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Hiertegen is bezwaar gemaakt en tevens is een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb, zonder zitting kan worden beslist indien het verzoek kennelijk gegrond is. Verweerder heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van de voorlopige voorziening omdat hij verzoeker zal horen in de bezwaarprocedure.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en verbiedt de uitzetting tot vier weken na de beslissing op bezwaar. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 759. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar.