Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een Algerijnse vreemdeling tegen het besluit tot bewaring op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was opgelegd vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser betwistte de gronden voor bewaring niet, maar stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was vanwege een lopend claimakkoord zonder overdracht. De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestond, mede omdat eiser eerder de overdracht had belemmerd door weigering mee te werken aan een PCR-test en vervolgens met onbekende bestemming was vertrokken. Op 13 juli 2022 vond uiteindelijk overdracht aan Spaanse autoriteiten plaats.
Verder voerde eiser aan dat zijn medische problemen een lichter middel vereisten. De rechtbank stelde vast dat de medische zorg in het detentiecentrum gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij en dat eiser niet had onderbouwd dat hij zorg nodig had die niet binnen het centrum kon worden geboden. Daarom was detentie passend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.