ECLI:NL:RBDHA:2022:7384
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening inzake rechtmatig verblijf ongegrond verklaard
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft op grond van het Unierecht. Na een primaire beslissing op 3 februari 2021 en een bezwaarafwijzing op 21 juli 2021, vroeg verzoeker de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 3 juni 2022 het beroep van verzoeker ongegrond verklaard. Hierdoor is er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer. Op grond hiervan is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 16 juni 2022 door voorzieningenrechter M.D. Gunster, met griffier J.F.A. Bleichrodt aanwezig. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep ongegrond is verklaard en er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is.