ECLI:NL:RBDHA:2022:7329
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroep tegen beslissing op bezwaar
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door verweerder niet in behandeling werd genomen middels een besluit van 27 januari 2021. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzettingshandelingen te voorkomen totdat op het bezwaar was beslist.
Voor de zitting op 11 februari 2022 had verweerder het bezwaar gegrond verklaard en het primaire besluit ingetrokken, waarna de aanvraag alsnog in behandeling werd genomen. Met instemming van partijen vond de zitting niet plaats.
De voorzieningenrechter oordeelde dat omdat tegen de beslissing op bezwaar geen beroep was ingesteld, niet werd voldaan aan het connexiteitsvereiste van artikel 8:81 Awb Pro. Hierdoor werd het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd op 22 juni 2022 in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers en griffier J.C. de Grauw. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat tegen de beslissing op bezwaar geen beroep is ingesteld.