ECLI:NL:RBDHA:2022:704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen terugkeerbesluit asielaanvraag Eritreeër
Verzoeker, een Eritrese asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag bij besluit van 8 november 2021 af als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 14 januari 2022 samen met een gerelateerde zaak. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarop de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afwees.
Gezien de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €759,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.