Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Georgische nationaliteit, werd op 14 mei 2022 aangehouden zonder geldig paspoort. Verweerder legde op 16 mei 2022 een terugkeerbesluit op, waarbij eiser binnen 28 dagen de EU moest verlaten. Eiser stelde dat verweerder onzorgvuldig handelde door geen verwijzing naar de Georgische ambassade of politie te maken, waardoor hij mogelijk rechtmatig verblijf had kunnen verkrijgen.
De rechtbank oordeelde dat Georgische paspoorthouders binnen 180 dagen maximaal 90 dagen zonder visum in het Schengengebied mogen verblijven, mits aan de toegangs- en verblijfsvoorwaarden wordt voldaan. Eiser voldeed hier niet aan, mede doordat hij geen geldig paspoort kon tonen en geen bewijs van inreisstempel had. Ook had hij zich niet gemeld bij de Nederlandse autoriteiten en beschikte hij niet over voldoende middelen voor verblijf en terugreis.
De rechtbank concludeerde dat het terugkeerbesluit terecht was opgelegd en dat het beroep ongegrond is. Er was geen reden voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:57 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard omdat eiser niet voldeed aan de verblijfsvoorwaarden.