Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
omstreeks5 april 2022 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, die aan
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 15 juli 2022 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die werd vervolgd voor drie feiten: het verblijven in Nederland terwijl hij als ongewenst vreemdeling was verklaard, het vernielen van een ruit van de woning van zijn ex-partner en het mishandelen van deze ex-partner.
De rechtbank overwoog dat de ongewenstverklaring van de verdachte niet in strijd was met artikel 11 van Pro de Terugkeerrichtlijn en dat de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten nog steeds een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging vormde voor de samenleving. Dit werd onderbouwd met meldingen van overlast en huiselijk geweld tegen zijn ex-partner.
De feiten werden wettig en overtuigend bewezen verklaard. De verdachte vernielde de ruit naar het oordeel van de rechtbank vanaf de buitenkant en mishandelde zijn ex-partner door haar tegen de muur te duwen en in haar borst te knijpen, wat werd bevestigd door getuigenverklaringen en letselfoto’s.
De rechtbank nam het strafblad en reclasseringsadvies mee in haar oordeel. De verdachte had meerdere eerdere veroordelingen en was herhaaldelijk uitgezet, maar keerde steeds terug. De reclassering signaleerde ernstige problemen op diverse leefgebieden en een hoog recidiverisico. Daarom legde de rechtbank een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op, zonder aftrek van voorarrest, gericht op bescherming van de samenleving en behandeling van de problematiek van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar wegens verblijf als ongewenst vreemdeling, vernieling en mishandeling.