AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Doorhaling van nietigverklaring huwelijk in Nederlandse registers wegens ontbreken wettelijke grondslag
De man en vrouw zijn in 2010 in Australië gehuwd, maar dit huwelijk is niet opgenomen in de Nederlandse registers. De rechtbank Limburg heeft in 2019 verklaard dat het huwelijk nietig is, waarna een akte van nietigverklaring in 2020 in de Nederlandse registers is ingeschreven. De ambtenaar van de burgerlijke stand verzocht om doorhaling van deze akte omdat deze ten onrechte is opgemaakt, aangezien een verklaring voor recht niet als grondslag voor inschrijving geldt volgens artikel 1:21 BWPro.
De rechtbank Den Haag oordeelt dat zij bevoegd is om het verzoek te behandelen en dat Nederlands recht van toepassing is. De rechtbank stelt vast dat de akte nietigverklaring huwelijk onterecht in de registers voorkomt omdat de uitspraak van de rechtbank Limburg een verklaring voor recht is en niet een in artikel 1:21 BWPro genoemde rechterlijke uitspraak.
Daarom wordt het verzoek tot doorhaling van de akte toegewezen. De rechtbank verklaart zich niet bevoegd om te beslissen over het verzoek tot wijziging van persoonsgegevens in de Basisregistratie Personen, en wijst dit af. De beschikking is op 29 juni 2022 uitgesproken door rechter H. Dragtsma.
Uitkomst: De rechtbank gelast doorhaling van de akte nietigverklaring huwelijk wegens ontbreken wettelijke grondslag.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 22-1152
Zaaknummer: C/09/625726
Datum beschikking: 29 juni 2022
Doorhaling akte van een latere vermelding register burgerlijke stand
Beschikkingop het op 14 februari 2022 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag:
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
[X] ,
de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. H.C. Egger-Van Oppen te Vierlingsbeek, gemeente Boxmeer,
[y] ,
de man,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. Coenders-El Dahri te Beuningen,
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] ,
zetelend te [gemeente] ,
de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het bericht van 9 mei 2022 met bijlagen van de vrouw;
het (e-mail)bericht van 9 mei 2022 van de man.
Op 11 mei 2022 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn namens de ambtenaar verschenen de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] .
De officier van justitie, de man en de vrouw hebben aangegeven niet te zullen verschijnen op de zitting.
Feiten
- De man en de vrouw zijn op [huwelijksdatum] 2010 met elkaar gehuwd in [huwelijksplaats] , Australië. De
akte die hiervan in Australië is opgemaakt is niet opgenomen in de Nederlandse
registers van de burgerlijke stand.
Bij beschikking van 3 december 2019 van de rechtbank Limburg is – voor zover hier van belang – een verklaring voor recht afgegeven dat het huwelijk tussen de man en de vrouw, gesloten op [huwelijksdatum] 2010 in [huwelijksplaats] , Australië, nietig is.
Deze beschikking is op [datum] 2020 bij akte nummer [nummer] van het jaar 2020 ingeschreven als nietigverklaring huwelijk in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .
In de Basisregistratie personen (BRP) van zowel de man als de vrouw is opgenomen dat het huwelijk tussen de man en de vrouw is ontbonden door een nietigverklaring.
Verzoek
Het verzoek strekt tot doorhaling van akte nummer [nummer] van het jaar 2020 ingeschreven als nietigverklaring huwelijk in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .
Bij het verzoek is een brief van de ambtenaar, gedateerd 16 december 2021 gevoegd waarin is aangevoerd dat de akte ten onrechte is opgemaakt. In de overwegingen van voornoemde beschikking van de rechtbank Limburg wordt gesproken dat het huwelijk van de man en de vrouw niet rechtsgeldig tot stand is gekomen, maar in het dictum is voor recht verklaard dat het huwelijk naar Australisch recht nietig is. Deze vormen van beëindiging hebben echter ieder een ander rechtsgevolg voor de afstamming van de kinderen. Bij nietigverklaring blijven de familierechtelijke betrekkingen bestaan terwijl bij geen rechtsgeldig huwelijk er nooit familierechtelijke betrekkingen tot stand zijn gekomen. De rechtbank Limburg heeft in de beschikking overwogen van oordeel te zijn dat er geen familierechtelijke betrekkingen zijn ontstaan, zodat geconcludeerd kan worden dat er geen rechtsgeldig huwelijk tot stand is gekomen. Dit betekent dat de akte nietigverklaring huwelijk moet worden doorgehaald, aldus de ambtenaar in de bijlage bij het verzoek.
Ter zitting heeft de ambtenaar het standpunt verduidelijkt. De akte zou ten onrechte zijn opgemaakt nu de wettelijke grondslag hiervoor ontbreekt. Een verklaring van recht is niet vermeld in artikel 1:21 lid 1 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) als één van de rechterlijke uitspraken waarvan door de ambtenaar een akte kan worden opgemaakt.
Verweer
Bij het verzoekschrift is een instemmingsverklaring van de vrouw gevoegd.
Door de man is geen verweer gevoerd. In het bericht van 9 mei 2022 is namens de man aangegeven in te stemmen met het verzoek tot doorhaling en is verzocht de beschikking van de rechtbank Limburg in de BRP te verwerken als verklaring voor recht van een nietig huwelijk.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De rechtbank is van oordeel dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 sub a vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) rechtsmacht toekomt. Nu het verzoek strekt tot doorhaling van een Nederlandse akte, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Relatieve bevoegdheid
Nu de akte waarvan de doorhaling wordt verzocht is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage is de rechtbank Den Haag bevoegd van het onderhavige verzoek kennis te nemen.
Inhoudelijke beoordeling
Op grond van artikel 1:24 lid 1 vanPro het BW kan – voor zover van belang - doorhaling van een ten onrechte in het register van de burgerlijke stand voorkomende akte op verzoek van belanghebbenden of van het openbaar ministerie worden gelast door de rechtbank.
Ingevolge artikel 1:21 lid 1 BWPro maakt de ambtenaar akten van inschrijving op van in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraken betreffende huwelijken of registraties van een partnerschap, waarvan de akten niet in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand zijn opgenomen, welke inhouden de nietigverklaring van een huwelijk of van een geregistreerd partnerschap, een echtscheiding, de ontbinding van een geregistreerd partnerschap, de ontbinding van een huwelijk na scheiding van tafel en bed of de vernietiging van zulk een ingeschreven uitspraak, dan wel de beëindiging van een geregistreerd partnerschap, bedoeld in artikel 80c, of de vernietiging daarvan.
De rechtbank Limburg heeft in voornoemde beschikking van 3 december 2019 overwogen dat het gesloten huwelijk niet vatbaar is voor erkenning en heeft gelet op het verzoek en het bestaan van een huwelijksakte voor recht verklaard dat het op [huwelijksdatum] 2010 te [huwelijksplaats] , Australië tussen partijen gesloten huwelijk nietig is. De naar aanleiding van deze beschikking op [datum] 2020 opgemaakte akte ontbreekt een wettelijke grondslag nu de uitspraak van de rechtbank Limburg een verklaring van recht is en niet één van de in artikel 1:21 BWPro genoemde dicta. Dit betekent dat de akte nietigverklaring van een huwelijk ten onrechte is opgemaakt.
Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek tot doorhaling van de akte van [datum] 2020 toewijzen, nu de rechtbank van oordeel is dat de akte tot nietigverklaring van het huwelijk ten onrechte voorkomt in het register van de burgerlijke stand.
Wijziging persoonsgegevens
Deze rechtbank is niet bevoegd om kennis te nemen van een verzoek tot het geven van een last tot wijziging van de gegevens in de BRP, zoals door de man lijkt te zijn verzocht in het bericht van 9 mei 2022. Het is aan belanghebbenden zelf om met de beschikking van de rechtbank Limburg een en ander in de BPR te laten wijzigen.
Beslissing
De rechtbank:
gelast de doorhaling van de akte nummer [nummer] van het jaar 2020 voorkomend in het register van echtscheidingen van de gemeente [gemeente] ;
verklaart zich niet bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van de man tot wijziging van de persoonsgegevens in de BPR;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H. Dragtsma, rechter, tot stand gekomen in samenwerking met mr. M. Corver, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 29 juni 2022.