ECLI:NL:RBDHA:2022:6853
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- S.J. Hoekstra - van Vliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot staking of schorsing executie gevangenisstraf wegens te lang voorarrest
De eiser is in december 2020 in hechtenis genomen op verdenking van overtredingen van de Opiumwet en zat circa achttien maanden in voorarrest. Na vernietiging van een eerdere ISD-maatregel door het Gerechtshof Amsterdam is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden opgelegd en het voorarrest opgeheven. Vervolgens is begonnen met de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden die was opgelegd in een eerdere zaak wegens seksueel binnendringen.
Eiser verzocht om staking of schorsing van de executie van deze straf omdat hij vindt dat hij te lang in voorarrest heeft gezeten en dat de straf daarom verrekend zou moeten worden met het voorarrest. Tevens diende hij een gratieverzoek in. De Minister wees het verzoek tot schorsing af omdat het gratieverzoek niet hoogstwaarschijnlijk zou worden toegewezen.
De rechtbank oordeelt dat verrekening van de gevangenisstraf met het voorarrest niet mogelijk is zonder wettelijke grondslag en dat het gratieverzoek onvoldoende kansrijk is. De vorderingen van eiser worden daarom afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot staking of schorsing van de executie van de gevangenisstraf worden afgewezen.