ECLI:NL:RBDHA:2022:6797
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening omgevingsvergunning voor uitbreiding woongebouw niet in strijd met bestemmingsplan
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen en vergroten van een woongebouw van 30 naar 34 woningen, inclusief een trap, dakopbouw en kozijnwijzigingen. De vergunning werd verleend op grond van een gebonden bevoegdheid, waarbij geen weigeringsgronden uit artikel 2.10 lid 1 Wabo van toepassing waren.
Eiser stelde onder meer dat ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan Bohemen 2018 zonder inspraakprocedure hadden plaatsgevonden, dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en de externe veiligheid, en dat de welstands- en monumentencommissie niet correct had getoetst. Ook werd betwist dat de aanbouw vergunningvrij was en werd een bezonningsstudie verlangd.
De rechtbank oordeelde dat het bestemmingsplan onherroepelijk was en dat de vergunning slechts geweigerd kan worden bij aanwezigheid van specifieke weigeringsgronden. De externe veiligheid en bezonningsaspecten waren in het bestemmingsplan afgewogen en boden geen grond voor weigering. Het welstandsadvies was inhoudelijk deugdelijk en mocht worden gevolgd. De aanbouw was terecht als vergunningvrij aangemerkt. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard en de vergunning is terecht verleend.