ECLI:NL:RBDHA:2022:679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over bendeproblemen in Honduras
Eiser, een minderjarige Hondurese asielzoeker, verzocht asiel met het argument dat hij problemen had met bendes in zijn woonwijk. Hij stelde dat hij door een incident met een bende in 2016 in gevaar was gekomen, waarna een bekende en zijn broer werden vermoord. De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege inconsistenties en gebrek aan geloofwaardigheid in het relaas.
De rechtbank oordeelde dat eiser tegenstrijdige verklaringen gaf over het jaartal van het incident en onvoldoende kon specificeren details zoals de winkel waar het briefje moest worden afgeleverd. Ook het feit dat eiser na het incident geen problemen meer ondervond en pas naar Nederland vertrok toen zijn vader dat financieel mogelijk maakte, deed afbreuk aan zijn geloofwaardigheid.
Daarnaast werd het verband tussen het incident en de moord op zijn broer niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank verwierp ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro wegens onvoldoende onderbouwing van de familierechtelijke relatie met zijn vader. De laattijdige asielaanmelding werd niet geaccepteerd, mede omdat eiser onder begeleiding van familie Nederland binnenkwam.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht werd afgewezen als kennelijk ongegrond en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.