Uitspraak
1.De procedure
2.Standpunten van partijen
3.De beoordeling
Bevoegdheid
advocaat te Rotterdam;
Rechtbank Den Haag
Blokland Holding Rotterdam B.V. heeft een verzoekschrift ingediend tot faillietverklaring van de verweerder, waarbij een vordering van €336.075,75 plus contractuele rente niet werd betwist. De rechtbank heeft de zaak behandeld op 5 juli 2022 en heeft kennisgenomen van stukken en mondelinge toelichting.
De verweerder betwistte wel de zogenaamde steunvorderingen, maar deze zijn door Blokland met concrete feiten en stukken toegelicht, waardoor de rechtbank het bestaan ervan summierlijk aannam. De rechtbank stelde vast dat de verweerder meerdere schuldeisers heeft en niet meer betaalt, waardoor de faillissementstoestand is vastgesteld.
Een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) was niet tijdig ingediend, zodat de rechtbank daar geen beslissing over kon nemen. De rechtbank wees het faillissementsverzoek toe, benoemde een rechter-commissaris en curator, en bepaalde dat de verdere afhandeling door de rechtbank Rotterdam zal plaatsvinden.
Uitkomst: Verzoek tot faillietverklaring van de verweerder wordt toegewezen wegens niet-betaling van meerdere schulden.