ECLI:NL:RBDHA:2022:6646

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juli 2022
Publicatiedatum
8 juli 2022
Zaaknummer
NL22.2146
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens ontbreken geldige ingebrekestelling in asielprocedure

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Na indiening van het beroep heeft de staatssecretaris alsnog de aanvraag ingewilligd, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.

De rechtbank beoordeelt het verzoek om proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a Awb. De kernvraag is of verzoeker een geldige ingebrekestelling heeft verzonden, zoals vereist om het beroep ontvankelijk te doen zijn.

Verweerder stelt dat de ingebrekestelling niet geldig is omdat de faxbevestiging een foutmelding bevat en verzoeker niet heeft aangetoond wanneer de ingebrekestelling is verzonden. Verzoeker erkent de foutmelding maar stelt dat dit een onjuiste scan betreft en dat verweerder de ingebrekestelling niet in het dossier heeft geplaatst.

De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet heeft bewezen dat een geldige ingebrekestelling is verzonden. Hierdoor is het beroep niet ontvankelijk en komt het verzoek om proceskostenvergoeding niet voor toewijzing in aanmerking. Het verzoek wordt afgewezen.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens ontbreken van een geldige ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.2146
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzoek op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[Naam], verzoeker,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.M. Walls),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: H. Jahanyar).

Procesverloop

Verzoeker heeft op 10 februari 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 26 juli 2021.
Verweerder heeft op 24 februari een verweerschrift ingediend.
Op 27 februari 2022 heeft verzoeker nadere gronden ingediend.
Bij besluit van 15 maart 2022 heeft verweerder de aanvraag van verzoeker ingewilligd.
Verzoeker heeft het beroep niet tijdig beslissen vervolgens ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten.
Verweerder heeft op 31 maart 2022 op dit verzoek gereageerd.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting op het verzoek om proceskostenveroordeling.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank bij afzonderlijke uitspraak en met toepassing van artikel 8:75 Awb Pro een bestuursorgaan in de proceskosten veroordelen, indien bij de intrekking van het beroep daarom wordt verzocht en verweerder geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen.
2. Verweerder stelt zich in reactie op het verzoek op het standpunt dat geen sprake is geweest van een geldige ingebrekestelling. Hij meent daarom dat het verzoek moet worden afgewezen.
3. Verzoeker heeft in reactie hierop aangevoerd dat verweerder weliswaar terecht opmerkt dat de faxbevestiging bij de ingebrekestelling een foutmelding bevat, maar dat hieruit niet de conclusie kan worden getrokken dat geen sprake is van een geldige ingebrekestelling. Dit onderbouwt volgens verzoeker slechts dat het kantoor een onjuiste faxbevestiging scande. Dat verweerder in de ontvangstbevestiging van de ingebrekestelling stelt dat (eerst) op 10 februari 2022 in gebreke zou zijn gesteld blijft in het geheel voor rekening van verweerder zolang verweerder deze ingebrekestelling niet in het dossier plaatst.
4. De rechtbank oordeelt als volgt.
5. De aanvrager die bij de bestuursrechter wil opkomen tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag moet aantonen dat hij het bestuursorgaan hiervoor een geldige ingebrekestelling heeft verstuurd. [1]
6. Uit de door verweerder overgelegde ontvangstbevestiging volgt dat de IND stelt dat zij op 10 februari 2022 bekend is geworden met een door verzoeker verstuurde ingebrekestelling. Verzoeker heeft een op 26 januari 2022 gedateerde ingebrekestelling overgelegd, maar heeft niet aangetoond wanneer deze aan verweerder is verstuurd. Uit de eveneens door verzoeker overgelegde faxbevestiging is dit niet af te leiden. De faxbevestiging vermeldt namelijk als resultaat van verzending: ‘FOUT’. Verzoeker stelt zich verder kennelijk op het standpunt dat hij hiermee een verkeerde faxbevestiging heeft overgelegd, echter zonder alsnog aan te tonen dat hij in verband met het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag aan verweerder een geldige ingebrekestelling heeft verzonden. Nu gelet hierop niet kan worden vastgesteld dat het door verzoeker ingestelde beroep ontvankelijk was, komt het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten niet voor inwilliging in aanmerking.
7. De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a en b van de Awb.