ECLI:NL:RBDHA:2022:6616
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met vergoeding
De werkgever, een overheidsinstelling, verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van een verstoorde arbeidsverhouding en het ontbreken van herplaatsingsmogelijkheden. Zowel werkgever als werknemer erkenden dat de arbeidsverhouding zodanig was verstoord dat voortzetting niet redelijk was en herplaatsing niet mogelijk.
De kantonrechter oordeelde dat er geen verwijt aan beide partijen viel toe te rekenen en dat het verzoek om ontbinding gegrond was op artikel 7:669 lid 3 BW Pro. Er waren geen opzegverboden van toepassing en partijen waren het eens over de ontbindingsdatum van 1 juli 2022.
Verder werd een vergoeding van €185.000 bruto overeengekomen, inclusief een transitievergoeding en een ontslagvergoeding ter afkoop van uitkeringsrechten. De kantonrechter veroordeelde de werkgever tot betaling van deze vergoeding en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 juli 2022 met een bruto vergoeding van €185.000 aan de werknemer.