ECLI:NL:RBDHA:2022:6424
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in vreemdelingenrecht niet-ontvankelijk verklaard
Verzoekster, van Spaanse nationaliteit, had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin was vastgesteld dat zij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had. Na een nieuw besluit op bezwaar werd beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro de uitspraak zonder zitting kon plaatsvinden en dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist.
De rechtbank had het beroep van verzoekster op dezelfde dag ongegrond verklaard, waardoor er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer was. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. van Nooijen en griffier R.W. Craanen op 15 juni 2022 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen bezwaar- of beroepsprocedure meer loopt.