ECLI:NL:RBDHA:2022:6350
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene wegens verblijfsgat
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, welke is afgewezen door verweerder. Tevens is bezwaar gemaakt tegen de intrekking van haar eerdere verblijfsvergunning voor verblijf bij partner, maar dit bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet voldoet aan de voorwaarde van vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf, omdat haar eerdere verblijfsvergunning met terugwerkende kracht is ingetrokken, waardoor een verblijfsgat is ontstaan. Eiseres was op de hoogte van deze intrekking en had tijdig bezwaar moeten maken.
Hoewel eiseres inmiddels teruggekeerd is naar haar land van herkomst, acht de rechtbank dit niet relevant voor het procesbelang. De rechtbank wijst het beroep af en oordeelt dat het bestreden besluit niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag EU-verblijfsvergunning langdurig ingezetene wordt ongegrond verklaard wegens een verblijfsgat.