Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Somalische nationaliteit, heeft in Nederland asiel aangevraagd nadat hij eerder in Duitsland een asielaanvraag had ingediend. Verweerder besloot op grond van de Dublinverordening dat eiser aan Duitsland zal worden overgedragen. Eiser stelde dat de overdrachtstermijn was verstreken en dat Nederland daardoor verantwoordelijk was geworden voor zijn asielaanvraag.
De rechtbank oordeelt dat eiser op 18 augustus 2021 reeds via België aan Duitsland is overgedragen, waarmee het eerste claimakkoord en het daarop gebaseerde overdrachtsbesluit zijn uitgewerkt. Bij een nieuwe binnenkomst in Nederland mocht verweerder een nieuw claimakkoord sluiten, wat ook is gebeurd op 6 april 2022. Hierdoor is de overdrachtstermijn niet overschreden.
Eiser voerde tevens aan dat hij vanwege langdurig verblijf in Nederland in de nationale procedure opgenomen had moeten worden. De rechtbank stelt vast dat verweerder dit beleid toepast onder voorwaarden, waaronder het niet halen van de overdrachtsdatum, wat bij eiser niet aan de orde is. Daarom is het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het overdrachtsbesluit op grond van de Dublinverordening wordt ongegrond verklaard.