Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Britse burger, diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument op grond van artikel 18 en Pro 19 van het Terugtrekkingsakkoord. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de voorwaarde van ononderbroken verblijf sinds 26 augustus 2020. Eiser verbleef langer dan toegestaan buiten Nederland wegens de medische situatie van zijn echtgenote en reisbeperkingen door de COVID-19-pandemie.
De rechtbank oordeelt dat een verblijf buiten Nederland van meer dan twaalf maanden niet onder de uitzonderingen valt die een onderbreking van het verblijf voorkomen. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat het hem niet verweten kan worden dat hij langer dan toegestaan buiten Nederland was, noch dat het medisch onverantwoord was om te reizen.
Verder is vastgesteld dat verweerder niet verplicht was om ambtshalve een toetsing aan artikel 8 EVRM Pro uit te voeren bij deze aanvraag. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van ononderbroken verblijf in Nederland.