ECLI:NL:RBDHA:2022:6301
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vrijstelling inburgeringsvereiste bij gezinshereniging
Eiseres, met de Somalische nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als verblijfsdoel gezinshereniging bij haar Nederlandse echtgenoot. Zij verzocht om ontheffing van het inburgeringsvereiste. Verweerder wees dit af wegens het niet voldoen aan het inburgeringsvereiste, het ontbreken van bewijs van identiteit en het niet aantonen van een geldig huwelijk.
Eiseres voerde aan dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met haar bijzondere individuele omstandigheden en dat haar identiteit en huwelijk voldoende waren aangetoond. De rechtbank oordeelde dat eiseres in beginsel inburgeringsplichtig is en dat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor ontheffing, omdat zij geen inspanningen had geleverd om zich voor te bereiden op het inburgeringsexamen en onvoldoende had onderbouwd waarom dit onmogelijk was.
De rechtbank nam mee dat verweerder terecht had gewezen op gratis zelfstudiepakketten voor analfabeten en dat eiseres niet had aangetoond dat zij hiervan gebruik had gemaakt of dat deze niet geschikt waren. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de veiligheidssituatie in Somalië of de kosten van reizen naar een diplomatieke post haar voorbereidingen belemmerden.
Verder was niet aannemelijk gemaakt dat alleen eiseres haar echtgenoot kon ondersteunen gezien diens persoonlijke problematiek. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de aanvraag had afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor ontheffing van het inburgeringsvereiste wordt ongegrond verklaard.