ECLI:NL:RBDHA:2022:6300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvragen wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en hechte persoonlijke banden
Eiseressen, moeder en zus van de referent, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun mvv-aanvragen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De referent verblijft rechtmatig in Nederland op basis van een asielvergunning. De staatssecretaris stelde dat er geen sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen de referent en zijn moeder, noch van hechte persoonlijke banden tussen de referent en zijn zus of tussen de moeder en haar kleinkinderen, zoals vereist onder artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat de emotionele en financiële banden tussen de familieleden niet verder gaan dan de normale affectieve relaties tussen volwassen familieleden. De medische situatie van de moeder en de impact van het overlijden van de vader van de referent leiden niet tot een bijzondere afhankelijkheid die bescherming onder artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigt. Ook de banden met Nederland zijn niet sterker dan die met Syrië of Turkije.
Verder is vastgesteld dat de moeder geen exclusieve zorgtaken vervult voor haar kleinkinderen en dat de rol van ouder voor de kinderen door de referent en zijn vrouw wordt vervuld. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht is toegewezen. Het beroep is ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en hechte persoonlijke banden.