ECLI:NL:RBDHA:2022:6261
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.A. Karsten - Badal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek intrekking asielvergunning wegens onvoldoende nieuwe feiten
Eiser, van Soedanese nationaliteit, kreeg in 2002 een verblijfsvergunning asiel die in 2014 onherroepelijk werd ingetrokken vanwege valse identiteitsgegevens. Uit onderzoek bleek dat eiser in 2012 met een ander paspoort in België was gecontroleerd, wat niet overeenkwam met zijn eerdere verklaringen.
In 2018 vroeg eiser opnieuw asiel aan, maar deze aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk was. Eiser verzocht in 2021 om herziening van het intrekkingsbesluit, stellende dat sprake was van persoonsverwisseling, ondersteund door een verklaring van de Soedanese ambassade en een Soedanees identiteitsbewijs.
Verweerder wees het verzoek af omdat de verklaring en het identiteitsbewijs onvoldoende aanleiding gaven om te twijfelen aan de eerdere informatie van de Belgische luchthavenpolitie. De rechtbank bevestigde dit oordeel en oordeelde dat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het intrekkingsbesluit konden herzien.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter R.A. Karsten - Badal en griffier N.A. D’Hoore op 23 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongegrondverklaring van het herzieningsverzoek asielvergunning is ongegrond verklaard.