ECLI:NL:RBDHA:2022:6257

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2022
Publicatiedatum
29 juni 2022
Zaaknummer
AWB 22/1564
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar verblijfsvergunning regulier

Eiser, een Turkse onderdaan geboren in 1964, heeft een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 22 november 2021 afgewezen door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd bij besluit van 15 februari 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen tijdige gronden van bezwaar had ingediend.

Eiser stelde dat hij wel alle juiste gegevens had ingebracht en dat op grond van het associatierecht met Turkije geen puntensysteem geldt voor Turkse zelfstandigen die een verblijfsaanvraag indienen. De rechtbank oordeelde echter dat uit de ingediende stukken niet blijkt dat eiser tijdig gronden van bezwaar heeft ingebracht.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar ongegrond wegens het ontbreken van tijdige gronden van bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: AWB 22/1564

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1964 en de Turkse nationaliteit te hebben.
2. Bij besluit van 22 november 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Bij het bestreden besluit is het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard omdat hij binnen de daarvoor gestelde termijn geen gronden van bezwaar heeft ingediend.
3. Eiser voert aan dat hij alle juiste gegevens in bezwaar heeft ingebracht en dat er, anders dan verweerder meent, op grond van het associatierecht met Turkije geen puntensysteem geldt voor Turkse onderdanen die een verblijfsaanvraag indienen in het kader van arbeid als zelfstandige.
4. De rechtbank is van oordeel dat hieruit niet blijkt dat eiser in bezwaar tijdig gronden heeft ingediend. Gelet hierop is het beroep kennelijk ongegrond.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op de hieronder vermelde datum en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.