ECLI:NL:RBDHA:2022:6257
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar verblijfsvergunning regulier
Eiser, een Turkse onderdaan geboren in 1964, heeft een aanvraag ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd bij besluit van 22 november 2021 afgewezen door verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd bij besluit van 15 februari 2022 niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen tijdige gronden van bezwaar had ingediend.
Eiser stelde dat hij wel alle juiste gegevens had ingebracht en dat op grond van het associatierecht met Turkije geen puntensysteem geldt voor Turkse zelfstandigen die een verblijfsaanvraag indienen. De rechtbank oordeelde echter dat uit de ingediende stukken niet blijkt dat eiser tijdig gronden van bezwaar heeft ingebracht.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar kennelijk ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar ongegrond wegens het ontbreken van tijdige gronden van bezwaar.