ECLI:NL:RBDHA:2022:6255
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na besluit op bezwaar
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 28 december 2021. Hiertegen maakte verzoeker bezwaar en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
Op 10 maart 2022 heeft de staatssecretaris op het bezwaar beslist, waardoor er geen bezwaar meer aanhangig is. Verzoeker heeft geen beroep ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, omdat een dergelijk verzoek alleen kan worden gedaan als er een bezwaar of beroep aanhangig is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek dan ook zonder zitting afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard en afgewezen.