ECLI:NL:RBDHA:2022:6228
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake urgentieverklaring en eenmalig bemiddelingsaanbod
Aan verzoekster was een urgentieverklaring toegekend voor een eenmalig bemiddelingsaanbod. Na afwijzing van een aangeboden woning door verzoekster, heeft verweerder haar medegedeeld dat de urgentieverklaring is uitgewerkt. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze mededeling, die door verweerder ten onrechte als klacht werd behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de brief van 16 december 2021 mogelijk een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, omdat het vaststellen dat een passend aanbod is gedaan gevolgen heeft voor de rechtspositie van verzoekster. Verweerder is gehouden te beslissen op het bezwaar, ook als het besluit niet gericht is op rechtsgevolg.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af omdat de bezwaarprocedure reeds loopt en er geen aanleiding is voor een voorlopige beslissing. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verweerder moet op het bezwaar beslissen.