ECLI:NL:RBDHA:2022:6220
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit na staandehouding zonder geldige verblijfsdocumenten
Eiser, een Colombiaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 21 januari 2022 staande gehouden zonder geldige verblijfsdocumenten. Na controle bleek zijn vrije termijn op basis van een inreisstempel in Spanje te zijn verlopen, waarna verweerder een terugkeerbesluit oplegde met de verplichting binnen 28 dagen de EU te verlaten.
Eiser betoogde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid omdat tijdens het gehoor niet specifiek naar familie in andere Europese landen was gevraagd, waardoor hij zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende kon toelichten. Tevens stelde hij dat het gehoor te kort was en dat het terugkeerbesluit onevenredig was.
De rechtbank oordeelde dat het gehoor voldoende was omdat eiser vragen kreeg over zijn inkomen, ziekte, familie in Nederland en verblijfsrecht in andere EU-landen, waarop hij ontkennend antwoordde. Ook was de vraag naar zijn familie- en gezinsleven niet beperkt tot Nederland, waardoor hij de gelegenheid had zijn situatie toe te lichten. Het beroep faalde ook in het betoog dat de staandehouding en controle onrechtmatig waren, omdat de politie handelde op grond van artikel 50 Vreemdelingenwet Pro bij een redelijk vermoeden van illegaal verblijf.
De rechtbank concludeerde dat het terugkeerbesluit rechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.