Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
terugkeer.
Conclusie
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Algerijnse nationaliteit, is op 13 juni 2022 in bewaring gesteld door verweerder op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel is genomen vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser betwist de gronden voor de maatregel niet, maar voert aan dat er geen zicht is op overdracht omdat verweerder sinds het claimakkoord van 31 januari 2022 geen stappen heeft ondernomen. De rechtbank stelt vast dat de uiterste overdrachtstermijn op 31 juli 2022 verstrijkt en dat verweerder sinds de inbewaringstelling verplicht is tot het ondernemen van uitzettingshandelingen.
De rechtbank oordeelt dat het zicht op overdracht niet ontbreekt en verklaart het beroep ongegrond. Ook het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.