ECLI:NL:RBDHA:2022:6051

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 juni 2022
Publicatiedatum
23 juni 2022
Zaaknummer
NL22.8865 en NL22.8866
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 29 lid 1 aanhef en onder a en b Vreemdelingenwet 2000Art. 28 lid 3 Wet beëdigde tolken en vertalers
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardige bedreigingen en onvoldoende zwaarwegende discriminatie

Eiseres, van Zuid-Afrikaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege bedreigingen en mishandeling door haar familie na haar bekering tot de Islam, en discriminatie in haar woonomgeving. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de familieproblemen en onvoldoende bewijs voor ernstige discriminatie die haar en haar echtgenoot het leven onmogelijk zou maken.

De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een niet-registertolk tijdens het gehoor gerechtvaardigd was vanwege de spoedeisendheid en het ontbreken van een beschikbare registertolk. Eiseres kon niet aantonen dat zij de tolk niet goed verstond. De rechtbank vond de tegenstrijdigheden in de verklaringen van eiseres over bedreigingen en contact met familie reden om de geloofwaardigheid te betwijfelen.

De overgelegde politieverslagen vertoonden onduidelijkheden en ongerijmdheden, waardoor deze onvoldoende steun boden aan de beweringen van eiseres. Hoewel de rechtbank de discriminatie en geweldsincidenten geloofwaardig achtte, was deze niet van dien aard dat het maatschappelijk functioneren van eiseres en haar echtgenoot onmogelijk werd gemaakt. Bovendien konden zij bij de Zuid-Afrikaanse autoriteiten terecht voor hulp.

Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummers: NL22.8865 en NL22.8866

uitspraak van de enkelvoudige kamer/voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiseres/verzoekerster] , eiseres/verzoekster, V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F. Ben-Saddek),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).

ProcesverloopBij besluit van 17 mei 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL22.8865) ingesteld. Ook heeft eiseres een verzoek om een voorlopige voorziening (NL22.8866) ingediend.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met het verzoek om een voorlopige voorziening, op 9 juni 2022 op zitting behandeld. Eiseres/verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen P. Ghosh. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Het beroep is gelijktijdig behandeld met de zaken van de echtgenoot van eiseres, met zaaknummers NL22.8862 en NL22.8863.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?
1. Eiseres stelt van Zuid-Afrikaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1992. Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij door haar huwelijk is bekeerd tot de Islam. Als gevolg daarvan zijn zij en haar man mishandeld en bedreigd door haar familie. Ook is zij in haar woonomgeving door anderen bedreigd en gediscrimineerd vanwege haar religie. Bij terugkeer naar Zuid-Afrika vreest zij voor haar familie en daarnaast voor een dusdanige ernstige mate van discriminatie dat haar en haar echtgenoot het leven onmogelijk wordt gemaakt.
2. Verweerder heeft de asielaanvraag afgewezen omdat hij de problemen van eiseres met haar broers en familie ongeloofwaardig vindt. Verder is niet gebleken van een zodanige mate van discriminatie dat het leven voor eiseres en haar man in Zuid-Afrika onmogelijk wordt gemaakt. Ook is niet gebleken dat zij niet de hulp van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten kan inroepen.
Waarom is eiseres het niet eens met het bestreden besluit?
3. Eiseres voert ten eerste aan dat zij in haar belangen is geschaad omdat tijdens het gehoor gebruik is gemaakt van een niet-registertolk. [1] Verder is het bestreden besluit tegenstijdig. Verweerder stelt dat de geweldsdelicten evident zijn, maar vindt de problemen van eiseres en haar man ongeloofwaardig. Daarbij had verweerder moeten toetsen of de evidente geweldsdelicten een schending van artikel 3 van Pro het EVRM [2] opleveren. [3]
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Het gebruik van een niet-registertolk
4. De rechtbank is van oordeel dat eiseres niet in haar belangen is geschaad door het gebruik van een niet-registertolk. Als vanwege de vereiste spoed er geen registertolk beschikbaar is kan gebruik worden gemaakt van een niet-registertolk. [4] Omdat de asielaanvraag van eisers in de grensprocedure wordt behandeld geldt een behandelingstermijn van acht dagen. De gehoren kunnen daarom niet worden uitgesteld zonder dat de termijn wordt overschreden. Op het moment van de gehoren van eiseres was de registertolk Bengali niet beschikbaar. Gelet op de vereiste spoed heeft verweerder daarom een niet-registertolk kunnen inschakelen. Dat de registertolk niet beschikbaar was omdat hij werd ingezet voor het gehoor van de man van eiseres, maakt dat niet anders. Eiseres en haar man hebben ieder een eigen asielaanvraag ingediend, die apart behandeld worden. De situatie verschilt daarom niet van de situatie dat de registertolk ingezet zou zijn op een gehoor van een willekeurig ander persoon.
4.1.
Verder blijkt uit het rapport van het nader gehoor niet dat sprake was van communicatieproblemen tussen eiseres en de tolk. Aan eiseres is meerdere keren gevraagd of zij de tolk goed kon verstaan en zij heeft steeds aangegeven dat dit het geval was. Eiseres heeft niet onderbouwd op welke momenten zij de tolk niet goed zou hebben begrepen of welke delen niet goed zouden zijn vertaald.
Problemen in Zuid-Afrika
5. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de problemen van eiseres met haar familie niet ten onrechte ongeloofwaardig bevonden. Zo heeft zij tegenstrijdig verklaard over wanneer en hoe vaak zij is bedreigd door haar familie en over wanneer zij voor het laatst contact heeft gehad met haar broers. Ook heeft verweerder het vreemd mogen vinden dat eiseres nooit om bescherming heeft gevraagd bij de Zuid-Afrikaanse autoriteiten. Eiseres heeft verder niet onderbouwd waarom de problemen met haar familie wel geloofwaardig geacht moeten worden.
6. De overgelegde kopieën van de politieverslagen geven geen aanleiding voor een ander oordeel. Zo staan er verschillende ongerijmdheden in. De data van de drie documenten staan op verschillende manieren vermeld, de algemene tekst op de documenten verschilt van elkaar en er ontbreekt een s in het e-mailadres dat vermeld staat. Bovendien is het niet duidelijk hoe de documenten tot stand zijn gekomen en op grond waarvan zij zijn opgemaakt. Ook de inhoud van de documenten is onduidelijk. Van het eerste document is niet duidelijk wat er precies gezegd wordt. Zo lijkt er te staan dat aan de broers van eiseres is gevraagd of eiseres hen bedreigd heeft. Terwijl eiseres juist stelt dat zij door haar broers werd bedreigd. Van het tweede en derde documenten is het onduidelijk op welke feiten het ziet. Daarbij zijn die documenten niet te relateren aan de problemen met de familie van eiseres.
Zwaarwegendheid discriminatie
7. De rechtbank stelt verder vast dat verweerder de discriminatie en geweldsincidenten naar aanleiding van de discriminatie van eiseres en haar echtgenoot geloofwaardig acht. De rechtbank is echter met verweerder van oordeel dat de discriminatie onvoldoende zwaarwegend is. Niet is gebleken van dusdanige discriminatie dat eiseres zo in haar bestaansmogelijkheden wordt beperkt dat zij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Daarbij kunnen eiseres en haar echtgenoot de hulp inroepen van de Zuid-Afrikaanse autoriteiten. Zij hebben eerder ook al aangifte gedaan van discriminatie en de politie zou bereid zijn hen te helpen. Daaruit volgt al dat eiseres bij de autoriteiten terecht kan.
Conclusie
8. Het beroep is ongegrond. Eiseres komt niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vreemdelingenwet 2000.
9. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, nu het beroep ongegrond is verklaard en er niet langer sprake is van connexiteit.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.D. Gunster, rechter, in aanwezigheid van
mr.F.E.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan, voor zover deze ziet op het beroep, hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

Voetnoten

1.Eiseres verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Middelburg, van 9 september 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:10024.
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Eiseres verwijst naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Groningen, van 7 januari 2022, NL21.10356; van 6 april 2021, NL21.2082 en van 2 november 2018, NL18.18269, NL18.18271 en NL18.18357.
4.Op grond van artikel 28, derde lid, van de Wet beëdigde tolken en vertalers (Wbtv).