ECLI:NL:RBDHA:2022:6037
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken feitelijke gezinsband bij binnenkomst
Eiseres, een Syrische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar echtgenoot in Nederland te verblijven. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat eiseres niet feitelijk tot het gezin van haar echtgenoot behoorde op het moment dat hij Nederland binnenkwam. Eiseres was op dat moment nog niet met hem getrouwd en kende hem pas sinds juni 2020, terwijl hij in augustus 2019 was binnengekomen.
De rechtbank oordeelde dat het nareisbeleid vereist dat de gezinsband bestond op het moment van binnenkomst van de referent in Nederland. De omstandigheid dat de echtgenoot lang moest wachten op zijn verblijfsvergunning en het huwelijk later heeft gesloten, verandert hier niets aan. De stelling van eiseres dat verweerder onterecht samenwoning eiste, werd verworpen omdat samenwoning nooit als vereiste is gesteld.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor een nareisvergunning en dat de staatssecretaris terecht niet heeft getoetst aan artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het horen in bezwaar was niet noodzakelijk omdat het bezwaar geen ander besluit kon opleveren.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf is ongegrond verklaard omdat eiseres niet tot het gezin van referent behoorde bij diens binnenkomst.