ECLI:NL:RBDHA:2022:6013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf bij echtgenote wegens ontbreken feitelijke huwelijksinvulling
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende man, heeft een herhaalde aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland om bij zijn echtgenote te verblijven. De eerste aanvraag werd reeds afgewezen en ook het bezwaar daartegen werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat er feitelijk invulling wordt gegeven aan het huwelijksleven.
De rechtbank stelt vast dat de stukken die eiser bij de tweede aanvraag heeft overgelegd grotendeels dezelfde zijn als bij de eerste aanvraag, welke reeds beoordeeld zijn. Nieuwe stukken, zoals foto’s, overboekingsbewijzen en rekeningen, zijn niet overtuigend en dateren deels van na het bestreden besluit, waardoor deze niet in de besluitvorming konden worden betrokken. De rechtbank oordeelt dat deze aanvullende stukken niet aantonen dat sprake is van een daadwerkelijke gezamenlijke huwelijksinvulling.
Verweerder mocht op grond van de Awb afzien van het horen van eiser en zijn echtgenote omdat het redelijkerwijs niet aannemelijk was dat dit tot een ander besluit zou leiden. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers op 15 april 2022 en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde aanvraag mvv wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van feitelijke huwelijksinvulling.