ECLI:NL:RBDHA:2022:5841

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 juni 2022
Publicatiedatum
17 juni 2022
Zaaknummer
NL21.18608
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorzieningen tegen afwijzing asielaanvragen als kennelijk ongegrond

Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij afzonderlijke beschikkingen van 23 november 2021 als kennelijk ongegrond zijn afgewezen. Hiertegen hebben zij beroep ingesteld en tevens voorlopige voorzieningen verzocht.

De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. In samenhang met andere zaken heeft de rechtbank de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen omdat reeds op de beroepen is beslist.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.

Uitkomst: De rechtbank wijst de verzoeken om voorlopige voorzieningen af tegen de afwijzing van de asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL21.18608, NL21.18610, NL21.18612, NL21.18614
v-nummers: [nummer1], [nummer2], [nummer3], [nummer4], [nummer5], [nummer6] en [nummer7]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam1], verzoeker 1,

[naam2], mede namens haar minderjarige kinderen [naam5], [naam6] en [naam7], verzoekster,
[naam3],verzoeker 2,
[naam4], verzoeker 3,
Tezamen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 23 november 2021 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers bij afzonderlijke beschikkingen afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om voorlopige voorzieningen te treffen.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL21.18607, NL21.18609, NL21.18611 en NL21.18613, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.