ECLI:NL:RBDHA:2022:5827
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure met inreisverbod
Verzoeker heeft een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aangevraagd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens is een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 22 februari 2022 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen. De gemachtigde van de staatssecretaris was wel aanwezig.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.1340) is de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod wordt afgewezen.