ECLI:NL:RBDHA:2022:5693
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na prematuur beroep asielaanvraag
Verzoeker diende op 17 februari 2022 een beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, stelde een verweerschrift op en besloot op 8 april 2022 de asielaanvraag alsnog te honoreren. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het beroep prematuur was ingediend omdat de vereiste termijn van twee weken na ingebrekestelling nog niet was verstreken. Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk geweest als het niet was ingetrokken. Op grond hiervan kon het verzoek tot proceskostenvergoeding niet worden toegewezen.
De rechtbank wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af en deed dit zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt op 14 juni 2022.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen vanwege prematuur en niet-ontvankelijk beroep.