ECLI:NL:RBDHA:2022:5690
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende bewijs
Eiser, van Venezolaanse nationaliteit, heeft meerdere asielaanvragen in Nederland ingediend, waarvan eerdere aanvragen zijn afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard. In maart 2022 diende hij een opvolgende asielaanvraag in, onderbouwd met nieuwe feiten over bedreigingen door de Colectivos en onteigening van familiebezit.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, stellende dat de nieuwe feiten onvoldoende geloofwaardig waren en voortborduurden op eerder ongeloofwaardige motieven. Eiser voerde aan dat hij documenten niet tijdig kon overleggen vanwege detentie en dat de staatssecretaris onzorgvuldig had gehandeld, onder meer door het niet verstrekken van een e-mailadres en het indienen van een laisser-passer aanvraag.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om documenten te overleggen, dat de bewijsopdracht niet onredelijk was en dat de staatssecretaris terecht de geloofwaardigheid van de nieuwe feiten betwijfelde. Ook was er geen sprake van onzorgvuldig handelen of strijd met het arrest Gnandi. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.