ECLI:NL:RBDHA:2022:5684

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 mei 2022
Publicatiedatum
14 juni 2022
Zaaknummer
AWB 22/154
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk na intrekking verblijfsvergunning mensenhandel

Verzoeker heeft een verblijfsvergunning op grond van de Verblijfsregeling Mensenhandel gehad, die met terugwerkende kracht per 29 maart 2021 is ingetrokken door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tevens is zijn aanvraag tot wijziging van het verblijfsdoel naar 'humanitair niet-tijdelijk' afgewezen. Verzoeker heeft tegen het bezwaar tegen deze intrekking beroep ingesteld bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak gedaan zonder zitting. Omdat de rechtbank het beroep van verzoeker tegen het bestreden besluit op dezelfde dag ongegrond heeft verklaard, is er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer. Hierdoor is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter M. van Nooijen en griffier R.W. Craanen op 13 mei 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het onderliggende beroep reeds ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 22/154

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 mei 2022 in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Karkache),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 november 2021 (primaire besluit) heeft verweerder de verblijfsvergunning van verzoeker op grond van de Verblijfsregeling Mensenhandel met terugwerkende kracht ingetrokken per 29 maart 2021. Daarnaast heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot wijziging van het verblijfsdoel van zijn verblijfsvergunning naar: “humanitair niet-tijdelijk”, afgewezen.
Bij besluit van 31 december 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van vandaag [2] heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.W. Craanen, griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
2.Zaaknummer AWB 22/76.