ECLI:NL:RBDHA:2022:5627
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvragen minderjarige kinderen bij moeder niet zorgvuldig getoetst
Eisers, minderjarige kinderen van Nigeriaanse nationaliteit, vroegen om een machtiging voor voorlopig verblijf (mvv) om bij hun moeder in Nederland te verblijven. De moeder heeft een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling langdurig verblijvende kinderen. Verweerder wees de aanvragen af, waarna eisers beroep instelden. De rechtbank verklaarde eerder het bezwaar gegrond omdat niet alle relevante feiten en omstandigheden waren meegewogen.
Bij het bestreden besluit handhaafde verweerder de afwijzing met het argument dat er geen positieve verplichting tot toelating bestond en dat het economisch belang van Nederland zwaarder woog. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet alle relevante feiten, zoals de langdurige intentie tot gezinshereniging sinds 2014 en de afwezigheid van de vader in het leven van eisers, op juiste wijze had meegewogen.
Ook werd onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de vader van een van de kinderen geen toestemming geeft voor verhuizing naar Nigeria, wat een objectieve belemmering vormt voor gezinsleven daar. Daarnaast gaf verweerder onvoldoende gewicht aan de belangen van de in Nederland verblijvende kinderen van de moeder. De rechtbank stelde vast dat de belangenafweging niet zorgvuldig was en dat de motivering onduidelijk was.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en gaf verweerder de opdracht binnen twee weken een nieuw besluit te nemen met een juiste belangenafweging conform artikel 8 EVRM Pro. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de mvv-aanvragen wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met een juiste belangenafweging.