ECLI:NL:RBDHA:2022:5603
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen tijdelijke omgevingsvergunning sanitaire voorzieningen
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Gouda om een tijdelijke omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van sanitaire voorzieningen nabij een woning van verzoeker.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de sanitaire voorzieningen reeds waren geplaatst, waardoor het voorkomen van de plaatsing niet langer mogelijk was en verzoeker geen spoedeisend belang kon ontlenen aan zijn verzoek. Verzoeker vreesde overlast door oneigenlijk gebruik, maar maakte dit niet aannemelijk.
Het college had toegezegd dagelijks toezicht te houden en alleen waterrecreanten met een toegangscode konden gebruikmaken van de voorzieningen. De voorzieningenrechter achtte daarom het gebruik beperkt en niet aanleiding voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter concludeerde dat geen spoedeisende situatie bestond die het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigde en wees het verzoek af. Verzoeker kan een nieuw verzoek indienen indien de gevreesde overlast zich daadwerkelijk voordoet.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het college verwachtte binnen afzienbare tijd een besluit op bezwaar te nemen, zodat heroverweging binnen de looptijd van de vergunning mogelijk blijft.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tijdelijke omgevingsvergunning voor sanitaire voorzieningen is afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.