ECLI:NL:RBDHA:2022:5581
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.H. van der Poort
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing mvv-verzoek verblijf bij kleindochter wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres, een Iraakse vrouw geboren in 1946, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar kleindochter en zoon te verblijven. De Staatssecretaris wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een meer dan normale emotionele afhankelijkheid tussen eiseres en haar zoon, waardoor geen familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro zou bestaan. Wel werd erkend dat tussen eiseres en haar kleindochter sprake is van hechte persoonlijke banden.
Eiseres voerde in beroep aan dat het besluit onvoldoende zorgvuldig was voorbereid en niet daadkrachtig gemotiveerd, met onvoldoende rekening gehouden met hun belangen en de slechte veiligheidssituatie voor de Jeziden in Irak. Ook stelde zij dat de hoorplicht was geschonden en verweerder onvoldoende waarde had gehecht aan medische verklaringen over haar gezondheid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet alle relevante feiten en omstandigheden had betrokken, zoals het feit dat de kleindochter in Nederland bij haar tante en oom woont en niet bij haar vader en stiefmoeder. Hierdoor was de belangenafweging niet zorgvuldig en ontbrak een deugdelijke motivering. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. De rechtbank benadrukte dat zij slechts terughoudend toetst en geen zelfstandig oordeel geeft over de belangenafweging, die aan verweerder blijft.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen binnen zes weken.