ECLI:NL:RBDHA:2022:5504
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Guinese vluchteling wegens ongeloofwaardige erfenisvrees
Eiser, een Guinese nationaliteithebbende, diende op 1 oktober 2020 een asielaanvraag in met het argument dat hij mishandeld en verkracht werd door zijn stiefmoeder en haar familie vanwege een erfeniskwestie. Hij vreesde bij terugkeer naar Guinee ernstige schade.
Verweerder erkende de mishandeling maar achtte de oorzaak van de problemen - de erfenisverdeling - ongeloofwaardig vanwege vage verklaringen van eiser. Ook werd betwijfeld of eiser daadwerkelijk een vluchteling was of een reëel risico liep op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de problemen verband hielden met de erfenis en dat zijn vrees voor ernstige schade niet onderbouwd was. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd eveneens verworpen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier A.E. Paulus op 3 juni 2022 in Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid en onvoldoende risico op ernstige schade.