Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek
3.De beoordeling
4.De beslissing
- verzoeker;
- de belanghebbenden;
- de rechter.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. O. van der Burg, rechter in de rechtbank Den Haag, omdat de rechter weigerde de zitting aan te houden. Dit verzoek volgde op het feit dat verzoeker zonder advocaat ter zitting verscheen nadat zijn voormalige advocaat zich had onttrokken.
De wrakingskamer overwoog dat wraking alleen mogelijk is indien er objectief gerechtvaardigde vrees bestaat voor rechterlijke vooringenomenheid. Het enkel niet verlenen van aanhouding is een rechterlijke beslissing die niet als grond voor wraking kan dienen, omdat wraking geen verkapt rechtsmiddel is. De motivering van de beslissing was niet zodanig gebrekkig dat dit anders zou zijn.
De kamer concludeerde dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is en dat er geen reden is voor een mondelinge behandeling van het verzoek. Het verzoek werd daarom afgewezen, en de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek.
De beslissing is genomen door een meervoudige wrakingskamer en is openbaar uitgesproken op 20 mei 2022. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen omdat het niet verlenen van aanhouding geen grond voor wraking vormt.