ECLI:NL:RBDHA:2022:5364
Rechtbank Den Haag
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Nakoming door rechtbank vastgestelde zorgregeling tussen ouders
Partijen zijn gezamenlijk ouder en gezagdragers van een minderjarige die momenteel bij de moeder verblijft. De rechtbank had op 26 november 2020 een zorgregeling vastgesteld waarbij de minderjarige eens per vier weken op zondag onder begeleiding bij de vader zou verblijven.
Sinds januari 2022 woont de minderjarige bij de moeder en haar moeder, waarna de vader de minderjarige niet meer heeft gezien. De vader vordert nakoming van de zorgregeling en een dwangsom bij niet-nakoming. De moeder voert verweer met een gedragsverandering van de minderjarige en stelt mishandeling door de vader en diens moeder, en wil eerst professionele hulp.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de moeder haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd en dat de zorgregeling onder begeleiding beperkt is. Daarom moet de zorgregeling worden hervat. Er wordt geen dwangsom opgelegd omdat de moeder wordt geacht de regeling na te leven. De vader heeft toegezegd dat de begeleiding voorlopig niet door zijn moeder, maar door anderen zal plaatsvinden. Partijen worden aangeraden samen professionele hulp te overwegen.
De kosten worden ieder voor eigen rekening genomen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De moeder wordt veroordeeld de zorgregeling zoals vastgesteld na te komen zonder dwangsom.