ECLI:NL:RBDHA:2022:5347

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 mei 2022
Publicatiedatum
3 juni 2022
Zaaknummer
NL22.2445
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht bij afwijzing machtiging voorlopig verblijf

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel verblijf als familie- of gezinslid. Dit bezwaar is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen. Vervolgens heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.

De rechtbank heeft eiseres op grond van artikel 8:41 Awb Pro verplicht het griffierecht van €184,- te betalen. Eiseres is meerdere malen in de gelegenheid gesteld dit griffierecht binnen vier weken te voldoen of een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen. Ondanks herinneringen heeft eiseres het griffierecht niet betaald.

De rechtbank stelt vast dat het niet-betalen van het griffierecht aan eiseres is toe te rekenen en verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.D.C.J. Verheezen en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.2445

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.A. van Harmelen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 19 januari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid’ afgewezen.
Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een beroepschrift griffierecht geheven. Voor eiseres is het griffierecht vastgesteld op € 184,-.
2. Bij brief van 19 februari 2022 is eiseres in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen vier weken te betalen, dan wel binnen die termijn een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen. Daarbij is zij tevens gewezen op de mogelijkheid dat haar beroep anders niet-ontvankelijk verklaard kan worden
3. Bij aangetekende brief van 20 maart 2022 is aan eiseres een herinnering tot betaling van het griffierecht verstuurd. Hiermee is eiseres opnieuw in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken het griffierecht te betalen.
4. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Het is de rechtbank niet gebleken dat dit niet aan eiseres is toe te rekenen.
5. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.