ECLI:NL:RBDHA:2022:531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel en overplaatsing naar Handhaving en Toezichtlocatie
De vreemdeling is op 25 december 2021 overgeplaatst naar de Handhaving en Toezichtlocatie (HTL) te Hoogeveen en op 26 december 2021 is een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank overweegt dat de gedragingen van de vreemdeling, waaronder verbaal en fysiek geweld en sabotage van een optische melder, een grote impact hadden en het belang van de openbare orde het opleggen van de maatregel rechtvaardigt.
De vreemdeling voerde aan dat hem medische hulp was ontzegd en dat hij psychische klachten had, maar de rechtbank achtte dit onvoldoende om af te zien van de maatregel, mede omdat in de HTL voldoende medische zorg beschikbaar is. De rechtbank stelt vast dat het tijdsverloop tussen de overplaatsing en het opleggen van de maatregel kort was, waardoor geen reden bestaat voor schadevergoeding.
Het beroep tegen het plaatsingsbesluit is eveneens ongegrond verklaard, en de rechtbank ziet geen grond om de vrijheidsbeperkende maatregel onrechtmatig te achten. De situatie verschilt wezenlijk van eerdere vergelijkbare zaken waarbij de maatregel pas na meerdere dagen werd opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de overplaatsing en de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard.