ECLI:NL:RBDHA:2022:5308
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring aanvraag verblijfsvergunning afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank stelde vast dat het beroepschrift geen gronden bevatte, terwijl artikel 6:5 Awb Pro vereist dat het beroepschrift de redenen bevat waarom men het niet eens is met het bestreden besluit. De rechtbank heeft eiser tweemaal schriftelijk verzocht alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Gezien het ontbreken van gronden verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro, waardoor het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.