ECLI:NL:RBDHA:2022:5173

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 mei 2022
Publicatiedatum
31 mei 2022
Zaaknummer
NL22.1963
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 6:20 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang na inwilliging asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft vervolgens alsnog op 18 maart 2022 een inwilligend besluit genomen. De rechtbank heeft eiser verzocht het beroep in te trekken, maar eiser heeft niet gereageerd, waardoor het beroep gehandhaafd bleef.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiser geen procesbelang meer heeft; het doel van het beroep is immers bereikt door het inwilligende besluit. Het beroep richt zich niet van rechtswege op het inwilligende besluit, omdat dit besluit het beroep geheel tegemoetkomt.

Verder veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €379,50, omdat verweerder zich niet tegen deze veroordeling heeft verzet. De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.1963

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] eiser

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. Arslan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

ProcesverloopEiser heeft op 7 februari 2022 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

Verweerder heeft op 1 maart 2022 een verweerschrift ingediend.
Bij besluit van 18 maart 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.
De rechtbank heeft bij brief van 28 februari 2022 eiser verzocht de rechtbank te informeren of de inwilligende beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken. Eiser heeft niet gereageerd. De rechtbank leidt daar uit af dat het beroep gehandhaafd wordt.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij besluit van 18 maart 2022 alsnog op de asielaanvraag van eiser heeft beslist. Eiser heeft geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Eiser kan met zijn beroep niet meer bereiken dan al bereikt is: verweerder heeft een inwilligend besluit op de aanvraag genomen. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom niet-ontvankelijk. Het beroep heeft niet van rechtswege mede betrekking op het inwilligend besluit omdat dat besluit geheel aan het beroep tegemoetkomt, in de zin van artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
2. Eiser heeft het beroep niet ingetrokken en dus gehandhaafd, terwijl verweerder door het nemen van het besluit op 18 maart 2022 aan eiser tegemoet is gekomen. Daarom is op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb een proceskostenveroordeling in dit geval aangewezen. Bij verweerschrift van 1 maart 2022 heeft verweerder verklaard zich niet tegen veroordeling in de proceskosten te verzetten.
3. De rechtbank zal verweerder veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759 en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

-
de rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 379,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr.S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.