ECLI:NL:RBDHA:2022:5013

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2022
Publicatiedatum
25 mei 2022
Zaaknummer
NL22.1681
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1F Vreemdelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet-ontvankelijkheid asielaanvraag

Verzoeker heeft tegen het besluit van 1 februari 2022, waarin zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard, beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 21 april 2022 samen met een gerelateerde zaak.

Tijdens de zitting verscheen verzoeker met zijn gemachtigde en een tolk. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak NL22.1680, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.

De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.F.I. Sinack en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld en er geen nieuwe elementen zijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.1681

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A.M. van Eik),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).

Procesverloop

Bij besluit van 1 februari 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL22.1680, op 21 april 2022 op zitting behandeld. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Nakamya. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL22.1680, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.