ECLI:NL:RBDHA:2022:5013
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na niet-ontvankelijkheid asielaanvraag
Verzoeker heeft tegen het besluit van 1 februari 2022, waarin zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk werd verklaard, beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag. Tevens verzocht hij om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 21 april 2022 samen met een gerelateerde zaak.
Tijdens de zitting verscheen verzoeker met zijn gemachtigde en een tolk. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. De voorzieningenrechter overwoog dat gezien de uitspraak op het beroep in de gerelateerde zaak NL22.1680, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
De voorzieningenrechter wees daarom het verzoek om een voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. J.F.I. Sinack en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep reeds is behandeld en er geen nieuwe elementen zijn.