ECLI:NL:RBDHA:2022:4996
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking jachtakte wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker had een jachtakte die was ingetrokken wegens misbruik van wapens en munitie, waaronder het niet naleven van opbergvoorschriften en het bezit van niet-toegestane munitie. Verzoeker stelde dat hij als boer de jachtakte nodig had voor schadebestrijding op zijn land en verzocht om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was omdat verzoeker de schadebestrijding in afwachting van de beroepsprocedure door een derde kon laten uitvoeren, bijvoorbeeld via een contract met een jagersvereniging. Dit vormde een tijdelijke oplossing, ook al was die niet ideaal.
Daarnaast was het besluit niet evident onrechtmatig, aangezien verzoeker het bezit van wapens en munitie niet betwistte en de intrekking in lijn leek met de wettelijke bepalingen en beleidsregels. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en hoefde verweerder geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de jachtakte wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.