Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 19 januari 2022;
- de akte onderbouwing schade melkproductie van [eiseres] van 9 maart 2022, met producties;
- de antwoordakte van de Staat van 6 april 2022.
Rechtbank Den Haag
In deze zaak vordert eiseres een aanvulling op de door de Staat toegekende schadevergoeding vanwege een onrechtmatig besluit waarbij te weinig fosfaatrechten werden toegekend. De rechtbank heeft in een tussenvonnis van 19 januari 2022 eiseres in de gelegenheid gesteld om haar schade nader toe te lichten aan de hand van relevante bedrijfsgegevens en een hypothetische situatie.
Eiseres stelde dat haar melkproductie na 2015 en 2016 aanzienlijk lager was door het tekort aan fosfaatrechten in 2018, wat leidde tot minder jongvee en melkvee. Zij berekende haar schade op €48.559,20, waarvan reeds €27.456,06 door de Staat is vergoed. De rechtbank oordeelt echter dat eiseres onvoldoende heeft toegelicht wat het meest aannemelijke scenario in de hypothetische situatie zou zijn geweest en onvoldoende relevante gegevens heeft overgelegd.
Daarnaast is niet aannemelijk gemaakt dat de schade bovenop de reeds vergoede vergoeding ligt, mede omdat de reductie van jongvee in 2017 rechtmatig was en niet verband hield met het onrechtmatige besluit. De rechtbank wijst daarom de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door mr. I.A.M. Kroft en op 1 juni 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot aanvulling van de schadevergoeding wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.