ECLI:NL:RBDHA:2022:4845
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens reeds gewezen uitspraak in vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft verzoeker een aanvraag gedaan voor een verblijfsdocument EU/EER, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen bij besluit van 28 januari 2021. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard bij besluit van 19 mei 2021. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoeker heeft daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om een tussentijdse beslissing te verkrijgen. De voorzieningenrechter heeft echter vastgesteld dat de rechtbank inmiddels op het beroep heeft beslist en het beroep ongegrond heeft verklaard. Hierdoor is er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer.
Op grond hiervan heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 18 mei 2022 en is in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat op het beroep reeds is beslist.