Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres diende op een eerdere datum een asielaanvraag in, welke door verweerder werd afgewezen bij besluit van 2 november 2020. Dit besluit werd door de rechtbank in ’s-Hertogenbosch op 2 maart 2021 vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen zonder een beslistermijn te stellen.
Volgens vaste jurisprudentie geldt in dat geval de oorspronkelijke beslistermijn van zes maanden na de uitspraak. Verweerder had dus uiterlijk op 2 september 2021 moeten besluiten. Eiseres stelde verweerder op 4 augustus 2021 in gebreke, maar dit was nog binnen de beslistermijn, waardoor de ingebrekestelling prematuur was.
Daarom voldoet het beroep niet aan de voorwaarden en verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter Sinack en griffier Grazell en is openbaar gemaakt op 20 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.