ECLI:NL:RBDHA:2022:4795
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken connexiteitsvereiste
Verzoekster heeft bij de voorzieningenrechter een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter toetst dit verzoek aan artikel 8:83 en Pro 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Volgens artikel 8:81 Awb Pro kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen als er een lopende bezwaar- of beroepsprocedure is tegen hetzelfde besluit, het zogenoemde connexiteitsvereiste. Verzoekster heeft echter geen bezwaarschrift of beroepschrift overgelegd en er is geen bewijs dat zij bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen een besluit van de verweerder.
Omdat er geen hoofdzaak loopt, kan niet worden voldaan aan het connexiteitsvereiste. Daarom verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter C.J. Waterbolk en griffier R.A.E. Bach op 16 mei 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van lopende bezwaar- of beroepsprocedure.